Tijd voor een goed gesprek: effecten van training van gesprekstechnieken van leerkrachten bij het voeren van denkgesprekken met kleuters

Het voeren van een kwaliteitsvol denkgesprek met jonge kinderen is geen sinecure. Dat blijkt zowel uit wetenschappelijk onderzoek als uit de stage- en onderwijspraktijk. Als de kleuters dan ook nog eens over een lage taalvaardigheid Nederlands beschikken, wordt het wel erg moeilijk voor leerkrachten. Nochtans is het stimuleren van taal-denkrelaties bij jonge kinderen essentieel voor hun cognitieve ontwikkeling. Het structureel praktijkonderzoek van de bacheropleiding Kleuteronderwijs focust op de leerkrachtcompetenties bij het voeren van denk- en reflectiegesprekken bij kleuters. Daarbij worden ook de effecten van een kwaliteitsvol denkgesprek op de taalverwerving van de kinderen onder de loep genomen.

Het structureel onderzoek is gekoppeld aan de bachelorproef van de laatstejaarsstudenten van de opleiding ‘Leraar Kleuteronderwijs’. Deze bachelorproef is opgevat als een eindwerkstage van vijf weken in een Brusselse kleuterklas met een diverse, meertalige populatie. De meerderheid van de kinderen beantwoordt aan de SES-indicatoren.

Studenten voeren wekelijks een reflectiegesprek met  de kinderen aan de hand van pedagogische documentatie. Deze techniek is één van de voornaamste pijlers van de pedagogiek van Reggio Emilia. Centraal staat de leerkracht die de kinderen observeert als middel om inzicht te krijgen in hun ontwikkeling. De leerkracht krijgt een onderzoekende rol. Hij maakt het spel van de kinderen zichtbaar door middel van foto’s, videomateriaal, uitspraken of werkjes van de kinderen. Literatuur beschrijft tot nu toe hoofdzakelijk de meerwaarde van het pedagogisch documenteren voor de leerkrachten. In het structureel onderzoek wordt pedagogische documentatie beschouwd als een krachtig middel om de taalverwerving van anderstalige kinderen te ondersteunen en te stimuleren. De pedagogische documentatie vormt de basis voor reflectiegesprekken die de student-leerkracht voert met de kleuters.

Als voorbereiding op hun eindwerkstage krijgen studenten een theoretisch kader en een praktische training in het voeren van reflectiegesprekken. Hierbij ligt de nadruk op inzicht in de abstractieniveaus in een denkgesprek (Blank, 1980, 2002) en in responsieve gesprekstechnieken om taal uit te lokken en uit te breiden (Cabell, 2013). Tijdens hun eindwerkstage voeren de studenten wekelijks een reflectiegesprek met twee anderstalige SES-kleuters. Ook de mentor krijgt een vooropleiding en begeleidt de stagiair tijdens het voeren van de gesprekken. Aan het einde van de stage worden de effecten gemeten van analyse, inzicht en training in responsieve gesprekstechnieken op de kwaliteit van de interactie tussen leerkrachten kind. In tweede instantie wordt de impact van een mogelijke kwaliteitsverbetering op de taalontwikkeling van de kleuters bekeken.

Het structureel onderzoek loopt over drie academiejaren. In het eerste projectjaar werd een literatuuronderzoek uitgevoerd. Tijdens een pilootfase werd de techniek uitgeprobeerd door studenten tijdens hun eindwerkstage. In dit tweede projectjaar krijgen alle laatstejaarsstudenten een lessenreeks over reflectiegesprekken en responsieve interactiestrategieën. Tijdens de eindwerkstage (mei 2016) nemen de studenten deel aan de uitvoering van het praktijkgericht onderzoek.

De resultaten van het onderzoek monden uit in een praktijkgids met kijkwijzer, modellen en ‘good practices’ voor het werkveld. Het departement EDU biedt ook navormingen ‘reflecteren met kinderen’ aan.

Voor meer info: anouk.vanherf@ehb.be